Kunstkring Voorst; Schrijverscafé Twello

 

 

Vreemde tijden

 Uit de overlevering van tachtig jaar geleden kennen we de verhalen van mensen die zeiden:

“In de oorlog zaten we vijf jaar ondergedoken maar konden leven met ons lijden”

Tachtig jaar later ging door een virus de wereld op slot, maar mensen waren niet van huis ,en haard verdreven

Doch hadden we door het virus der eenzaamheid slechts korte tijd een naargeestig leven.

 

 

 

Voorjaarskoorts

‘t Zwerk toont ons d’r luchten

Hoor de lentebries zuchten

Door het bos en ‘t struweel

Kleurt ‘t lover okergeel.

 

Waar sneeuwklokjes wiegen

Zwermen insecten vliegen

Op het ritme van de wind

Speelt en danst een kind.

 

Het koolmeesje scharrelt

‘n Donzen veertje dwarrelt

‘t Laatste blaadje gevallen

De lente toont haar ballen.

 

 

Rebellie

Op jonge leeftijd reeds een groot rebel

Wie kende hem niet, zijn naam was Pietje Bell

Wat hij presteerde was werkelijk niet te geloven

In Rotterdam stond heel de buurt ondersteboven.

 

Notoire dwarsliggers deugen nergens voor

Gedijen het beste bij NS onder het spoor

Ze weten de zaak steeds weer te frustreren

Blijven qua fatsoen op het randje balanceren.

 

Wat telt is de vraag: “Waar stond je wiegie?”

Aan de kant van ‘t kapitaal, politiek of religie

Macht uitbreiden en het volk laten creperen

Imperialisme is wat hoort bij de hoge heren.

 

Sociaal gezien alle kranen dichtgedraaid

En ‘t volk voor de zoveelste keer genaaid

Dan gaat het gepeupel op de barricaden

En wil men geen woorden meer maar daden.

 

 

Oh, Oh, Oh, Dennenboom

Oh Dennenboom, Oh Dennenboom

Je takken waren wonderschoon

Ik heb je laatst in 't bos zien staan

Toen zaten er nog naalden aan

Oh Dennenboom, Oh Dennenboom

Je takken waren wonderschoon

 

Oh Dennenboom, Oh Dennenboom

Met droogte overgoten

Ik heb je laatst voor het raam zien staan

Je kluit was naar de kloten

Oh Dennenboom, Oh Dennenboom

Met droogte overgoten.

 

Oh Dennenboom, Oh Dennenboom

Met een dood vogeltje op je tak

Foute ballen tussen ’t engelenhaar

Gekleurde lampjes, een piek die brak

Oh Dennenboom, Oh Dennenboom

Met een dood vogeltje op je tak.

 

Oh Dennenboom, Oh Dennenboom

Laat ze er toch mee kappen

Jouw schoonheid zit in de natuur

Laat je niet langer de grond in trappen

Oh Dennenboom, Oh Dennenboom

Laat ze er toch mee kappen.

 

 

 

 

Inspiratie

Hoe mot dat dan, inspireren?

Waar kun je dat in Godesnaam leren?

Uit een doos, een boek of steen?

Het voelde als een blok aan m’n been.

 

Eerst moest je je chakra’s reinigen

Daarna je geest laten pijnigen

Daardoor raakte mijn innerlijke balans verstoord

Het voelde als jongleren op een te slap koord.

 

Waar was mijn bezieling gebleven?

Gisteren, had ik het nog even

Was mijn dichtader in rust

en mijn dichtvuur geblust?

 

Energie voelde als water dragen naar de zee

Het vuur in je opporren, maar waarmee?

Yoga, Palo Santo of Koshwindgongen

Ademde ik wel diep genoeg over m’n longen?

 

Of moest ik aan de coke, de spuit of aan de weet

Ergo: in de koelkast lag d’ inspiratie in’t verschiet

Met zoveel moois aan spiritualiën in zicht

was het inspiratiegat dan ook snel gedicht.

 

 

 

Liefde

Liefde is als een ballon zo poreus

Behandel haar voorzichtig en gracieus

Ook al zit je wel eens te tandenknarsen

Blaas haar op, laat haar niet barsten.

 

Kunstgebit

We lopen soms wat te pruttelen en knarsetanden

Heb ik je even niet lief, toch draag ik je op handen

Al is de felheid wat minder bij het geven van een zoen

Wanneer ik vergeten ben mijn gebit in te doen.

 

Kreupelhout

Oh lieve schat, oh lieve schat

Je stoel rolt heel de dag

Maar lieve schat, maar lieve schat

Ik geniet zo van je schaterlach.

 

Oh lieve schat, oh lieve schat

Hoezeer ik je wil drukken

Maar lieve schat, maar lieve schat

Jammer genoeg loop ik nu op krukken

 

Oh lieve schat, oh lieve schat

Vroeger duwde ik je heen en weer terug

Maar lieve schat, maar lieve schat

Jammer, nu heb ik het ook nog in mijn rug

 

Oh lieve schat, oh lieve schat

Je mag er nog steeds wezen

Maar lieve schat, maar lieve schat

Jammer, van mijn knieprothese.

 

Oh lieve schat, oh lieve schat

Ik zie je zitten, maar wordt een beetje blind

Maar lieve schat, maar lieve schat

Er waait echt geen andere wind

 

Oh lieve schat, oh lieve schat

Het gaat wat slechter met je gehoor

Maar lieve schat, maar lieve schat

Fluister lieve woordjes steeds harder in je oor.

IK HOU VAN JOU !!!

 

 

De orde van de dag

De meeuw scheerde in glijvlucht over zee

Gespreide vleugels, windje mee

Vloog in Scheveningen over de visafslag

Keek omlaag en zei: “Nu terug naar de orde van de dag”.

 

De alcoholist had welgeteld

Slechts vijf euro aan statiegeld

Toen hij dat geld zo zag

Dachtie, nu terug naar de orde van de dag.

 

Een terrorist lag aan het strand vrij ongestoord

En dacht, heb vandaag nog niemand vermoord

Hij bedacht een plan terwijl hij daar zo lag

En ging zo terug naar de orde van de dag.

 

Terwijl de badgast rustig zat

Parasolletje, biertje, zak patat

Werd er ineens geschoten, ongehoord

De orde van de dag werd bruut verstoord.

 

 

De werkelijkheid voorbij

Bron: Tekst Welmoed Vlieger Freelance docente Filosofie UvA

Het subject als ontmoetingspunt Ger Groot, bijzonder hoogleraar literatuur en filosofie aan de universiteit van Nijmegen, onderzoekt in zijn magistrale boekje Vergeten te bestaan – Echte fictie en het fictieve ik nauwkeurig de grens tussen fictie en werkelijkheid.[2] Hij stelt dat wanneer we dit onderzoek op een meer logische, objectieve manier uitvoeren, het antwoord vrij simpel is: fictie en werkelijkheid zijn elkaars tegengestelden, ze sluiten elkaar uit. Met andere woorden: iets is óf werkelijkheid, óf fictie. Fictie en werkelijkheid zijn vanuit dit rationele perspectief dus twee strikt gescheiden werelden. Sterker nog: fictie wordt veelal gedefinieerd als negatie van de werkelijkheid – als iets dat onwerkelijk is. Hierdoor krijgt de fictionele werkelijkheid feitelijk dus een inferieure status ten opzichte van de empirische werkelijkheid. Naar Ger Groot Hoewel we heel goed weten dat wat wij lezen fictie is, oftewel, niet op werkelijke of waargebeurde feiten gebaseerd maar ontsproten aan de fantasie van de auteur, gaan we volledig op in de wereld die zich, zoals Ger Groot dat zo mooi zegt, ‘ voor ons lezend oog ontvouwt’.

 

Men zegt ‘zien is geloven’

Fictie aan de kant geschoven

Geloof, fictie of werkelijkheid

Een waas van geheimzinnigheid.

 

Bij het lezen door fictie meegevoerd

Omdat het verhaal zo ontroerd

Hoe mooi, empathisch beschouwd

Wat zich voor het lezend oog ontvouwt.

 

Kerkvaders lieten zich ontroeren

En in gedachten door Hem ontvoeren

Bij het lezen van het Heilige Schrift gingen zij

In vervoering aan de werkelijkheid voorbij.

 

 

Een kort lontje

Beleefdheid, respect en fatsoen

Vroeger paste een ieder deze schoen

Draai om je oren, klap voor je kont

Je leerde luisteren en hield je mond.

 

Andere culturen melden zich ongevraagd

Stoelpoten der democratie worden doorgezaagd

Nederland, waar minderheden de meerderheid vormen

Het land proberen te zetten naar eigen waarden en normen.

 

Gevochten voor onze rechtern, er zelfs voor gestaakt

Samen met gastarbeiders Nederland groot gemaakt

Gelukszoekers anno nu hebben een heel groot mondje

en de meesten ook nog eens een erg kort lontje.

Comfort Zone

Mens durft te leven

Al was het maar voor even

Hangoren, prutlip of ongeschoren

Je bent niet voor niets geboren.

 

Leven zonder boekje, leven zonder leer

Leg alles eens naast je neer

De Heer heeft ook jou geschapen

Je hoeft het alleen maar op te rapen

 

Hoe lang voel je je al rot

Hoe lang zit je kast al op slot

Breek met het verleden

Adem in, adem in het heden.