Kerstkaart 2004

 

Water

Eenmaal een druppel

Dan word je een plas

Van plas word je pegel

Van pegel weer plas

Van kleine plas naar groot

Zo krijg je vanzelf watersnood.

 

Oh, bliksem wat een gedonder

De atmosfeer een eeuwig wonder

Cirrus, Altostratus, Cumulus

Van de verre west tot aan de Kaukasus.

 

Het is niet te vermijden

Droogte hoort bij de jaargetijden

We kunnen tot de Goden bidden

Die houden de kerk wel in ‘t midden.

 

Het water vindt zijn weg door het dal

Waar het zich verplettert in een waterval

Meanderend stroomt ze door het landschap

Niet op weg naar louter vriendschap.

 

Aan de hemel staat een volle maan

De vorst heeft zijn intrede heeft gedaan

Het vriest dat het kraakt van hier tot daarginder

Dan pas spreken we van een strenge winter.

 

Dèventer wiesheid

Elk nie’j joar een goed begin

Öliet oe doarumme met olde joar goed in

Al stijgt oe ’t water töt an de lippen

A’j moar gien last kriegt met ’t nippen.

Proost!

 

Vertaling Deventer wijsheid

Elk nieuwjaar een goed begin

Olie je daarom met oude jaar goed in

Al stijgt je het water tot aan de lippen

Als je maar geen last krijgt met nippen.

Proost!